U heeft het al druk genoeg met GTST. Dagelijks kijken hier anderhalf tot twee miljoen mensen naar. Waarom dan het land door met zo’n kleine voorstelling als “De Burggravin van Vergi”?
Ik heb eens uitgerekend dat een acteur die 40 jaar op het toneel staat, 120 voorstellingen per jaar speelt en elke avond 300 man publiek heeft, in z’n hele leven nog geen anderhalf miljoen toeschouwers bereikt. Net zo veel mensen als er naar één uitzending GTST kijken. Dan wordt het allemaal wat relatief. Mij gaat het erom een mooie voorstelling te maken.
Dat werd dus “De Burggravin van Vergi”?
Ja, een schitterend, bloedstollend verhaal. Liefde, jaloezie, verraad en dood! Een authentiek verhaal uit 1325! Over een geheime liefde tussen een jonge ridder en een gravin. Een jaloerse hertogin probeert daar tussen te komen, een hertog die niet tegen z’n vrouw is opgewassen en de totale catastrofe die uiteindelijk volgt. De vernietigende kracht van de jaloezie..
Ik las ergens de omschrijving: een middeleeuwse soap.
Een soap kan altijd door blijven gaan. ´De Burggravin`is na een uur afgelopen. Dan heb je gelachen -want dat doe je zeker- gehuild en gehuiverd.
Maar wat je vertelt klinkt toch behoorlijk ´soapy`
Alles heet tegenwoordig soap. Als het in Den Haag met de formatie niet wil lukken, lees ik over een Haagse soap. Verwikkelingen bij Ajax: voetbalsoap.”De Burggravin`stijgt daar toch echt boven uit. Het gaat om werkelijke gevoelens, over sterke en minder sterke karakters Het gaat ook over koele berekening en onvoorwaardelijke trouw. Wat me het meest trof is dat die middeleeuwers eigenlijk in niets van ons verschillen.
Het is een verhaal, zeg je. Geen toneel. Ga je dat verhaal voorlezen
Nee, het zijn 1150 regels. Uit het blote hoofd, hè. Dat is ook veel leuker, want daarmee kom je los van de tekst, terwijl ik die toch letterlijk zeg. Je zweeft. Het is een combinatie van vertellen en spelen. Ik speel de personages en dat betekent bliksemsnel schakelen in mimiek, houding en stembuiging tijdens heftige dialogen. Zo´n jaloerse hertogin, zo´n rol is een cadeautje, alleen al omdat je die lekker vet kan aanzetten. Juist omdat je het allemaal in je eentje doet.
Maar je speelt die voorstelling samen met Kim Soepnel.
Ja, Kim was een gouden greep. Toen ik erover begon te denken hoe zo´n voorstelling eruit ging zien, wist ik al dat er muziek bij moest. Dat die muziek net zo belangrijk was als de tekst. Dat het de muzikale vorm van de inhoud moest worden. Kim begreep onmiddellijk waar ik het over had en toen zijn we in dat kleine studiootje van haar aan het werk gegaan. Elk personage heeft z´n eigen muzikale thema en verder kan zij putten uit een groot repertoire van Bach en Sjostakowitsj tot Jaws of Je t´aime, moi non plus. Daarbij heeft ze ook nog een heel aparte, prachtige, ijle stem.
Het is een verhaal uit 1325, vertaald door Willem Wilmink
Ja, dat middel Nederlands is voor ons niet goed meer te volgen. Wilmink heeft het ´hertaald´, in modern Nederlands overgezet. Dat heeft hij briljant gedaan. Hij heeft het aabb rijmschema gehandhaafd, maar het wordt geen Sinterklaasrijm. Ik heb me door Frederik de Groot laten coachen bij de tekstbehandeling. Aanvankelijk ging dat niet altijd even gemakkelijk, maar opeens viel alles op z´n plaats. Verder heeft hij een aantal zeer bruikbare tips gegeven.’t Is een echte vakman. Hè. Na zo´n veertig keer spelen groeit het nog steeds.
Wie komen er vooral kijken, wie is je publiek
Wanneer een groep van 250 middelbare scholieren aan je lippen hangt, weet je dat je bij de literair-cultureel onderlegde theaterganger ook niet meer stuk kan. De Burggravin van Vergi is een feest, voor spelers en publiek. |
Geniet van de liefde. Maar houd je mond.
Plaats: Het Posthuis, Heerenveen.
Voorstelling: De Burggravin van Vergi.
Tekst: anoniem. Hertaling: Willem Wilmink. Spel: Bartho Braat. Muziek: Kim Soepnel. Regie: Frederik de Groot. Aantal bezoekers: 16.
Nog te zien: 6 maart in de Bierhalle in Grou.
HEERENVEEN. Vreemdgaan is van alle tijden. En mooie verhalen over de zoete en gevaarlijke kanten ervan eveneens. Daarvoor heb je eigenlijk niet meer nodig dan een eenzaam uitgelichte roos èn natuurlijk het vermogen om de verbeelding van de toehoorder te prikkelen. Acteur Bartho Braat begint zijn vertelling met een ontspannen aanloop over het boek dat hij in z'n hand houdt. De Bruggravin van Vergi is van een onbekende, Brabantse auteur uit de vijftiende eeuw, die het bewerkte naar een Franse voorganger uit de veertiende eeuw. Dit populaire verhaal werd destijds ongetwijfeld nauwelijks gelezen maar vooral verteld, net als nu.
Dan glijden we op de donkere tonen van een contrabas statig het verhaal in.
De metrische, rijmende hertaling van Willem Wilmink is soepel, beeldend en concreet en geeft je het gevoel midden in die Middeleeuwse wereld te staan. Braat laat de verzen er met ogenschijnlijk gemak uitrollen, alsof hij naast je aan de bar staat, met een licht ironische twinkeling. Af en toe demonstreert hij er iets bij, zodat je het hondje ziet huppelen dat de getrouwde burggravin gebruikt om voor haar geheime minnaar het sein op veilig te zetten.
Die appetijtelijke jonge man komt echter in een lastig parket als de vrouw van zijn baas een oogje op hem laat vallen en hij haar gunsten afwijst. Uit wraak maakt ze hem zwart bij haar man, die hem dwingt de naam van zijn minnares te onthullen. En zo ziet ook die baas dat hondje huppelen – en het wonder van hun hartstochtelijke liefde. Natuurlijk houdt de man zijn mond niet en loopt alles uiteindelijk vreselijk fataal af. De moraal is echter niet: gij zult niet vreemdgaan, maar: als je vreemd gaat, houd dan je mond.
Naarmate de emoties toenemen verplaatst de verteller zich meer en meer in de personages, maar de virtuositeit waarmee dat gebeurt verdringt nergens de vertelling, zodat het beroep op onze verbeelding in tact blijft. De basale klanken van de contrabas van Kim Soepnel spelen daarbij een bescheiden, maar cruciale rol; nu eens suggestief of ondersteunend, dan weer temporiserend. Met nauwelijks meer dan woorden worden we zo een lang vervlogen tijd ingelokt van lang vervlogen minnaars om daar te ontdekken dat hun gevoelens wonderbaarlijk veel lijken op die van ons.
Hans Brans (download PDF) |
Bartho Braat speelt soap uit de middeleeuwen
Verhalen over overspel, jaloezie, liefde en dood, daar waren ze in de middeleeuwen al dol op.
Bartho Braat en Kim Soepnel baseren er een theaterstuk op.
Door Maarten Reith / De Gelderlander
ARNHEM - De burggravin van Vergi is bij middelbare scholieren populair voor hun leeslijst. Bij het grote publiek is het middeleeuwse liefdesdrama echter onbekend. Als het aan GTST-acteur Bartho Braat ligt, komt daar binnenkort verandering in. Samen met contrabassiste Kim Soepnel brengt hij het verhaal als muzikale monoloog op de planken.
"Het is een heel toegankelijk verhaal, niet heel ingewikkeld, eigenlijk best soapy", vindt Braat, bij velen bekend vanwege zijn rol als Jef Alberts in de RTL-soap Goede tijden slechte tijden. "Het gaat over liefde, jaloezie, verraad en de dood, kortom de thema's waar het in drama altijd over gaat."
De burggravin van Vergi dateert uit de veertiende eeuw. Het verhaal gaat over een gravin die een geheime verhouding heeft met een aantrekkelijke ridder. Een hertogin wil hem ook als minnaar, maar hij wijst haar af. Als zij vervolgens ontdekt dat de burggravin wél met hem vreemdgaat, zint de hertogin op wraak. Dat leidt niet alleen tot de dood van de geliefden, maar ook tot haar eigen dood.
Het historische drama is in 1997 door Willem Wilmink vertaald in eigentijds Nederlands. Hij hield het eenvoudige rijmschema in stand, zodat het verhaal leest als een sinterklaasgedicht. Braat en Soepnel laten zijn tekst grotendeels in tact; er zijn slechts enkele passages ingekort.
"Het is in de middeleeuwen al geschreven met een goed gevoel voor timing. Aan het eind komt er steeds meer tempo in en volgen de ontwikkelingen elkaar snel op. Het is het schoolvoorbeeld van een goed script", zegt Braat.
De acteur vertelt het verhaal als monoloog, en neemt alle rollen voor zijn rekening. Hij zocht contrabassiste Kim Soepnel erbij als muzikaal tegenwicht. "De tekst bestaat uit 1127 dichtregels. Dat is zo'n stortvloed van woorden dat tekst klank wordt. Daarom vond ik dat er muziek nodig was, als tegenkleur."
Soepnel begeleidde onder anderen Maarten van Roozendaal en heeft haar eigen band. "Het combineren van muziek en tekst is wat ik altijd al heb gedaan", zegt ze. Soepnel heeft elk personage een eigen geluid gegeven. Haar bijdrage gaat dan ook veel verder dan 'muzikale begeleiding'. "De muziek dient ter verduidelijking van het verhaal. Het maakt alles explicieter."
Braat, die al zeventien jaar in GTST speelt, ziet toneelspel als een noodzakelijke aanvulling op zijn televisiewerk. "De eerste soapjaren speelde ik geen toneel. Totdat ik een hekel kreeg aan de camera's en weer het toneel ben opgegaan. Daar heb ik ontdekt wat ik in het acteren allemaal liet liggen. Zo kreeg ik weer plezier in de camera. |
LIEFDE, JALOEZIE, VERRAAD, DOOD
"De Burggravin van Vergi"
Van tekst naar voorstelling
November 2007
Twee jaar geleden ben ik bij Orlanda Lie geweest. Ik vertelde haar toen over een plan om fragmenten uit de proloog van Chaucers “Canterbury Tales” voor te dragen, eventueel in combinatie met werk van Villon en nog wat scabreuze middeleeuwse verhalen. Orlanda attendeerde mij op “De burggravin van Vergi”. Daar moest ik ook maar eens naar kijken. Om allerlei redenen heeft de verdere uitvoering van het plan twee jaar op zich laten wachten.
Nu twee jaar later ga ik met mijn vinger langs de boeken die iets met ‘mijn middeleeuwen- project’ te maken hebben en pak de “Burggravin” er uit. Ik begin te lezen… en ik lees het in één ruk uit! Wat een verhaal! Een verhaal dat past in het rijtje “Romeo en Julia”, “Tristan en Isolde” of “Pyramus en Thisbe”.
De tragische liefdesgeschiedenis, het is en blijft de ultieme invulling van wat Aristoteles’in zijn Poetica als paradigma formuleert: als gevolg van een ‘tragische fout’ (de hamartia) wordt vrees en medelijden (katharsis) bij de toeschouwer teweeg gebracht. Hij wil of kan de ondergang van zijn helden niet accepteren omdat dezen in wezen een moreel ‘goed’ karakter bezitten, omdat ze vervuld zijn van liefde voor elkaar maar ten onder gaan als gevolg van een foute inschatting van de situatie. Een situatie die weer ontstaan is in de loop der gebeurtenissen.
“De Burggravin van Vergi” is een verrassend eigentijds verhaal. Liefde, jaloezie, verraad, dood, de mens is nog geen spat veranderd. De markante karaktertekening; de beheerste passie van de burggravin, de ietwat naïeve, oprechte en hartstochtelijk verliefde ridder, de machtige hertog die niet tegen z’n vrouw op kan en de jaloerse hertogin, schoolvoorbeeld van perfide jaloezie en wraakzuchtigheid. Het blijven onverslijtbare karakters; vandaag de dag net zo herkenbaar als ze dat waren voor onze voorouders. En in de toekomst zullen ze het zijn voor onze nazaten. Als de geschiedenis ons één ding heeft geleerd is het wel dat de mens onveranderlijk is in zijn drijfveren, zijn ratio en zijn emoties.
Interessant is altijd weer hoe de kennismaking met een oude, in dit geval middeleeuwse tekst, je doet beseffen dat taal wel verandert. Een voordracht van de originele tekst zou m.i. zelfs voor iemand die doorkneed is in het middeleeuws Nederlands geen sinecure zijn. De moderne, goed leesbare ‘hertaling’ in een plezierige cadans van Willem Wilmink blijft dicht op de huid van het 14e eeuwse origineel. Ook het middeleeuwse aabb rijmschema heeft hij gehandhaafd; oppassen voor een 5 decembercadans dus!
Toevallig volg ik in diezelfde tijd de cursus Acteur en Ondernemerschap van de Norma, een belangenvereniging van acteurs. Laatste onderdeel van de cursus is een ‘pitch’, een idiote vanuit de marketing overgewaaide Engelse term. Zeg maar gewoon: presentatie met als doel: “Hoe overtuig ik een producent (een geldverschaffer) van de haalbaarheid van mijn plannen”. Het verhaal mag niet langer duren dan vijf minuten. De schriftelijke toelichting maximaal één A4.
Ik steek van wal en merk dat een ieder aan mijn lippen hangt. De docente onderbreekt me wanneer ik al zeven minuten aan het woord blijk te zijn; maar of ik asjeblieft het verhaal af wil maken, het is te spannend. Een groter compliment kun je toch niet krijgen.
Februari 2008
Ik heb “De burggravin” verschillende keren gelezen. Ik ken de pakweg eerste tweehonderd regels uit m’n hoofd. Dat is iets waar mensen altijd weer van opkijken. Dat je dat kan, zo’n tekst uit je hoofd leren. Mensen moesten eens weten dat teksten uit je hoofd leren een steeds weer terugkerende, letterlijk slaapverwekkende bezigheid is. Ik dreig altijd na een kwartier in slaap te vallen. Tekst leren doe je dus met kleine stukjes, brokjes. En veel, heel veel herhalen. Door te herhalen gaat een tekst ook weer meer voor je leven en ontdek je steeds weer nieuwe accenten en soms betekenissen. Het is te vergelijken met een muziekstuk dat je instudeert waarbij, door te herhalen nieuwe verbanden, kleuren en nuances naar boven komen. Toneel, gesproken tekst is ook eigenlijk muziek.
Vanaf het begin heb ik het idee dat de tekst van “De Burggravin” vergezeld moet worden door muziek. Samen moet gaan is eigenlijk beter uitgedrukt. Waarom ik dat denk, weet ik eigenlijk niet precies. Daar kom ik nog wel achter. Maar ik zal in ieder geval een musicus moeten vinden.
Via verschillende kanalen kom ik in contact met drie musici, die allemaal even enthousiast zijn. Jelma van Amersfoort speelt luit, Gabriel Rots gitaar en Kim Soepnel contrabas. Tja, drie verschillende instrumenten. Bij de voorstelling heb ik maar één musicus nodig. Drie wordt te duur en bovendien, het gaat om het samengaan van het gesproken woord en de muzikale klank, niet om me door een orkestje te laten begeleiden. Dat ik met meer dan één musicus wil samenwerken komt omdat ik weet dat musici –zeker de goeden- vaak in verschillende verbanden optreden en dus net niet beschikbaar zijn als ik ze nodig heb.
Maart 2008
Ik denk nog steeds aan de mogelijkheid “De Burggravin” als huiskamervoorstelling uit te brengen. Ik ken het circuit, je speelt voor een select, doorgaans gemotiveerd publiek. De ervaring heeft me geleerd dat kleine zaal producties zonder subsidie eigenlijk niet rendabel te maken zijn. We zien wel. Een ander probleem is de titel. “De Burggravin van Vergi” is een weinig aansprekende titel. Een mediaevist kan er misschien opgewonden door raken, de gemiddelde theaterdirecteur, laat staan de toeschouwer, niet. Ik moet iets anders verzinnen.
Via via kom ik in contact met de organisator van het Nederlands-Belgisch landjuweel, te houden komende maand mei. Het zou mogelijk zijn daar een presentatie te geven van enkele fragmenten, waarna we de voorstelling als Kunst-in-de-kamer project kunnen verkopen. Dat opent perspectieven, maar het telefoontje dat uitsluitsel moet geven blijft uit.
April 2008
Na ruim zes weken is er eindelijk duidelijkheid omtrent het landjuweel. Een of andere voorzitter zou mij hebben zullen bellen of mailen maar heeft dat niet gedaan. Men is uitsluitend geïnteresseerd is in jong,aanstormend talent. Daartoe worden wij niet gerekend. De Belgische organisatrice zegt mij dat ze zelf wel geïnteresseerd is en vraagt me contact op te nemen zodra we gaan spelen. Laten we dit maar opvatten als een eerste optie.
Ik heb Frederik de Groot gevraagd de voorstelling te regisseren. Frederik is een eigenzinnige, markante persoonlijkheid. Ik heb jaren met hem gespeeld en ik ken hem als een degelijke vakman. Dit blijkt wanneer we voor de eerste keer gaan repeteren.
Hij laat mij teruggaan naar de basis van het vertellen. Vertel het verhaal in eigen woorden. En wel zo kort mogelijk. Waarom wil je dit verhaal vertellen? Wat boeit je in dit verhaal? Vertel het verhaal nog eens in eigen woorden. Daarbij word ik voortdurend onderbroken. “Ik begrijp dit niet” of “Daarnet zei je dit, nu zeg je dat, dat klopt niet” en “Begin nog eens opnieuw”. “Ik verlies mijn aandacht, hoe komt dat, denk je?” Het is om gek van te worden, maar ik begrijp waar hij heen wil. Hij weet net zo goed als ik dat een acteur zich snel ‘verschuilt’ achter zijn tekst, achter zijn vaardigheid van ‘tekstzegger’. Wel de woorden vertelt, maar niet de essentie overbrengt. Tekst is veilig, zoals de noten voor de musicus veilig terrein zijn. Immers, die kan hij wel spelen. Maar wanneer krijgt een tekst echt betekenis, wanneer ontroert een muziekstuk? Als er een interpretatie is, als er een essentie wordt blootgelegd; als de acteur of de musicus zichzelf blootgeeft, als hij dat wat achter de woorden of de noten schuilt tevoorschijn weet te halen.
Niet lang daarna repeteren we met contrabassiste Kim Soepnel. Ik ervaar nu heel duidelijk dat het vertellen van een verhaal iets anders is dan een dialoog in een toneelstuk. De verhalen verteller is verteller, maar ook personage en ook alle andere personages. Hij schildert de omgeving, de loop van de gebeurtenissen maar is (speelt, leest) ook de verschillende personages. Dat geldt zeker in “De Burggravin” omdat de personages in persoon d.w.z met hun eigen woorden spreken. Er zijn dus echte dialogen.
Hoe zou een middeleeuwse verhalenverteller dat gedaan hebben? Met een expressieve verteltrant, vermoed ik want hij moet het verhaal aanschouwelijk maken; ‘verbeelden’ eigenlijk. In onze hedendaagse beeldcultuur heeft het gesproken woord een stapje terug gedaan t.b.v het beeld. In film, maar ook op het toneel is underacting de norm; in ieder geval het vertrekpunt.
Ik herinner mij ineens dat het al weer een jaar geleden is dat ik de acteur Joop Keesmaat het Gilgamesch epos heb horen voordragen. Joop heeft een messcherpe dictie en een feilloze spraaktechniek, maar wat me vooral opviel was de helderheid van zijn betoog, afstandelijk en betrokken tegelijk.
Ik besluit “De Burggravin” een jaar op te schuiven. Daar zijn een paar redenen voor. Ik ben gevraagd met toneelgroep De Kern mee te spelen als Karel V in hun stuk “Johanna de Waanzinnige”. Na jaren van vooral televisiewerk heb ik wel weer eens zin in een rondje (56 voorstellingen) langs de grotere theaters. Ik realiseer me dat “De Burggravin” meer voorbereidingstijd nodig heeft dan ik aanvankelijk dacht en mijn gewone werk bij GTST gaat ook gewoon door.
September 2008
Ik kom in contact met het impresariaat ProActs. Het kan nooit kwaad eens een balletje op te gooien over “De Burggravin”. Tot mijn verrassing reageren ze enthousiast. Zoiets verkopen, dat hebben ze nog niet eerder gedaan. Of ik snel even een korte presentatiepagina voor het boek waarmee ze de theaters langs gaan in elkaar kan zetten. Met foto. Op korte termijn beginnen zij met de verkoop voor het seizoen 2009/2010.
Ik schrijf een tekst, voeg een citaat toe en presenteer “De Burggravin van Vergi” onder de pakkende kop LIEFDE, VERRAAD, JALOEZIE, DOOD. Van de drie musici is Jelma van Amersfoort met vakantie en zit Gabriel Rots voor zijn werk in het buitenland. Alleen Kim Soepnel is beschikbaar. Mijn dochter is fotograaf regelt een studio in Amsterdam-Noord. I k zal Kim met haar contrabas ophalen. Het blijkt autoloze zondag te zijn. Ik kom de stad niet in met mijn auto. Gelukkig is het mooi weer en we maken de foto’s op straat. Voor mij mag elke mooie zondag autoloos zijn.. ProActs is opgetogen over het resultaat. Of ik ook nog een stukje audio-tekst. kan mailen. Geen flauw idee hoe dat moet maar mijn buurman is manager van diverse muziekgroepen Hij zet mij voor een microfoon, ik lees een fragment en Apple zorgt dat het resultaat enkele seconden later bij ProActs aankomt.
Hoe ging dat in de middeleeuwen, denk je dan onwillekeurig. Wanneer de Burggravin de mogelijkheid had om de ridder te ontvangen stuurde ze niet een mail, ze stuurde haar hondje naar buiten.
Oktober 2008
ProActs meldt dat er al 15 voorstellingen zijn verkocht in de periode januari-maart 2010. Niet slecht. Maar we zijn er nog niet. Ten eerste denk ik dat ze meer kunnen vragen. Mijn ervaring heeft me geleerd dat bij een afrekening met een theater een groot deel van de inkomsten wegvloeit naar overhead, belastingen, rechten etc. Tja, de rechten. Ik bel de uitgeverij. Degene die over de rechten gaat is er niet. Alleen op donderdag aanwezig. De eerstkomende donderdag vergeet ik zelf te bellen. Daarna is er weer iets anders. Vervolgens blijkt de betreffende persoon juist nooit op donderdag, maar juist op maandag te werken. De slotsom is dat ik maar met een voorstel moet komen. Ik laat het even rusten.
December 2008
De laatste maanden is er niet zo heel veel gebeurd. Ik had “De Burggravin”, zoals gezegd, opgeschoven in verband met de tournee van “Johanna”. In alle theaters waar ik speel laat ik een of meer flyers achter voor de directeur of de programmeur. Soms zijn ze via Pro Acts al op de hoogte van de van “De Burggravin”, maar hebben er nog geen optie opgenomen. Soms wel. Maar een herinnering kan nooit kwaad. Feit is dat theaters overspoeld worden met aanbiedingen van toneelgroepen, cabaretiers en wat dies meer zij.
Kim Soepnel belt me en vraagt hoe het er mee staat. Ik vertel haar over de gang van zaken en we spreken af om begin januari weer bij elkaar te komen. Het stemt mij opnieuw tot nadenken over de plaats die de muziek moet krijgen. Ik moet ineens denken aan wat Marco van Proacts zei over de foto die gemaakt moest worden. Een contrabas ziet eruit als, liever gezegd, heeft de vorm van een vrouw. De burggravin is ook een vrouw. Kim antwoordde onmiddellijk dat ze het daar niet mee eens was. Zij zag haar instrument juist als iets mannelijks. Ik denk dat ze allebei, op hun eigen manier gelijk hebben.
Om te beginnen moet ieder personage een eigen muzikaal accent krijgen, een intro als het ware. Inhoudelijk gezien draait het in “De Burggravin” om het mannelijke en het vrouwelijke. De liefde tussen de ridder en de burggravin, de vriendschap tussen de hertog en de ridder, de afwijzing van de hertogin door de ridder en de wraak van de hertogin. Het gaat steeds om interactie. Eigenlijk is dat waar ik naar zoek. Een interactie tussen tekst en muziek, tussen verteller en musicus. Het wordt tijd om “De Burggravin van Vergi” voor het voetlicht te brengen.
Bartho Braat |